Koers Mobiliteit

Fietsersbond maakt zich zorgen over de uitwerking: Klimaatakkoord lijkt vergeten

Brabantse Omgevingsvisie vastgesteld in dec. 2018
Dit verhaal begint met de provinciale Omgevingsvisie. Die gaat in ieder geval onder meer het beleidsplan Verkeer en Vervoer (PVVP) vervangen.
De Omgevingsvisie noemt 4 hoofdopgaves:
= de energie transitie
= klimaat-proof worden
= slimme netwerkstad vormgeven
= ombouw naar een concurrerende duurzame economie
Tot zover niets aan de hand, dit zijn uitdagende opgaves waar de fiets in bijna alle onderdelen een belangrijke rol kan en moet gaan spelen!

Opstellen nieuw provinciaal beleidsplan: KOERS MOBILITEIT
De provincie werkt samen met de 4 Brabantse regio’s om deze KOERS, en zgn. Regionale Mobiliteitsprogramma’s (RMP’s) uit te werken.
In zgn. tussensprints heeft de KOERS werkgroep informatie opgehaald en verwerkt rond 4 hoofdthema’s:
= veilig (gedragsverandering en fysieke ingrepen; handhaving werd minder genoemd).
= robuust (hier botst het: wat is bv. een toereikende capaciteit ? Veel diverse input….)
= duurzaam (wij missen hier de opgaves uit het Klimaatakkoord)
= slim (parkeerbeleid wordt genoemd, maar niet in de uitwerking).
Het begint dus te wringen; de hoofdopgaves uit de visie zijn niet meer zo duidelijk herkenbaar. Via die tussensprints zijn 12 prioriteiten opgesteld. Met enige goede wil zijn daarin wel wat haakjes met “de fiets’ te vinden. Maar dat de KOERS ook moet passen in de uitwerking van het Klimaatakkoord wordt dus niet genoemd.

Erger nog, de VNG en IPO (samenwerkende gemeentes en provincies) hebben in november vorig jaar een handreiking opgesteld
om duurzame mobiliteit in de regionale Mobiliteitsprogramma’s uit te werken:
1. Verminderen: slimmer reizen Het verminderen van het aantal gereisde kilometers, zowel voor goederen- als personenvervoer. Dit kan bijvoorbeeld door (meer) thuiswerken, het efficiënt plannen van vervoersstromen, slimme ruimtelijke ontwikkeling en een hoge bezettingsgraad van voertuigen.
2. Veranderen: anders reizen Het veranderen van de vraag naar mobiliteit door het stimuleren van het gebruik van efficiëntere en duurzamere alternatieven. Daarbij gaat de voorkeur steeds uit naar de duurzaamste vorm van mobiliteit: lopen en fietsen. Daarna is het openbaar vervoer de schoonste optie. Indien deze vormen van mobiliteit geen optie zijn, bijvoorbeeld door beperkte OV-dekking in een bepaalde regio, dan komt de auto in beeld. Slimme mobiliteitsdiensten (bijvoorbeeld autodelen rond hubs) en de introductie van zelfrijdende voertuigen bieden nieuwe mogelijkheden voor de integratie van auto’s in mobiliteitsketens.
3. Verduurzamen: schoner reizen: het verduurzamen van voertuigen en de infrastructuur. Hierbij gaat het om het stimuleren van het gebruik van de schoonste brandstof of energiedrager en duurzaam materiaalgebruik. Dit kan bijvoorbeeld door het inrichten van zero-emissie zones, het stimuleren van zero emissie voertuigen (zoals elektrische auto’s en waterstofbussen) en de ontwikkeling van laadinfrastructuur en waterstoftankstations. Daarnaast gaat het om zuiniger gebruik van energie en grondstoffen, bijvoorbeeld door zuinig rijgedrag, juiste bandenspanning en het hergebruik van materialen voor infrastructuur.

De Fietsersbond zal deze handreiking nog eens onder de aandacht brengen.
Dat is ook belangrijk omdat tijdens de regionale Ontwikkeldagen Ruimte en Mobiliteit (juni/ juli) de contouren van deze agenda’s worden besproken. De eerste RMP’s worden vastgesteld tijdens de regionale Ontwikkeldagen Ruimte en Mobiliteit van november/december 2020. Dan zouden provincie en regio’s er vanaf januari 2021 mee aan de slag kunnen.

Categorieën